Speculations Reflexions
Something Fantastic
Monadnock
V+
TRANS
Must
Urban Solutions
DGMR
Filip Dujardin

Om tot een trendbreuk in de Vlaamse woonproductie te komen, is het nodig om ook het statuut en de achterliggende structuur van het opdrachtgeverschap te herdenken.

Het huidig dominante model van opdrachtgeverschap in Vlaanderen is dat van de individuele opdrachtgever: een individu of gezin zoekt een bouwperceel, vindt financiering en realiseert een woning. De opdrachtgever wordt hierbij geruggesteund door een canon van ingeburgerde woontypes, met de ‘villa’ als meest courante voorbeeld van een op persoonlijke voordelen gerichte woonvorm. Verder wordt dit bouwproces gefaciliteerd door een wetgevend kader, dat dit ontwikkelingsmodel via de gepaste bestemmingsplannen, verkavelingsvoorschriften, enz. mogelijk maakt.

Groepswoningbouwprojecten met een traditionele ontwikkelaar als opdrachtgever zijn vaak geen uitzondering op dit model. Het garanderen van het persoonlijke voordeel van de bewoner, zonder al te veel interferentie met medebewoners, is voor de ontwikkelaar een voorwaarde voor commercieel succes. Hij bundelt en faciliteert hooguit het realisatieproces van de individuele woonwens, eerder dan op zoek te gaan naar de mogelijke meerwaarde van het samen-wonen van diverse bewoners en gebruikers.

Het huidige bestel maakt dus weinig ruimte voor het inzetten op de collectieve voordelen die de woonproductie voor bewoners en samenleving kan realiseren. Meer zelfs, het dominante model van onze woningbouw verbruikt ruimte, energie, middelen en tijd op een niet duurzame wijze.

Geïnspireerd door buitenlandse ‘best practices’ wordt in dit onderzoek het model van de ‘individuele’ opdrachtgever verlaten ten voordele van een ‘collectieve’ opdrachtgever. Het onderzoek legt daarbij buitenlandse modellen van collectief opdrachtgeverschap neer in de Vlaamse context en gaat na of ze meteen inzetbaar zijn of aanpassingen vragen. De schaal van de voorbeelden en de nadruk op een private financiering zijn vaak vergelijkbaar met deze van een traditionele ontwikkeling en bieden daarom perspectieven voor Vlaanderen.

Collectieve opdrachtgevers voor het wonen in Vlaanderen zijn in eerste instantie toekomstige bewoners. De uitzonderlijke nabijheid en heterogeniteit van activiteiten in het Vlaamse territorium bieden echter kansen om die collectieve opdrachtgevers ruimer te definiëren. Vanuit een overtuigde ‘win-win’-strategie wordt het wonen verbonden met activiteiten die nu ‘elders’ en ‘sectoraal’ worden ondergebracht. Het wonen gaat zo bondgenootschappen aan met landbouw, logistiek, productie, zorg en natuur. De term ‘wooncollectief’ wordt daarbij ingewisseld voor de term ‘coalitie’: een collectief waarbinnen elke participant ijvert voor persoonlijk voordeel, maar waarbij ook het collectieve voordeel wordt verzekerd. Coalities halen het wooncollectief uit de hoek van het idealisme en brengen ondernemerschap en marktdenken in beeld.

Coalities kunnen binnen diverse structuren tot stand komen: binnen dit onderzoek worden ‘de bouwgroep’, ‘de community-land-trust’ en ‘de coöperatieve’ getest.

Centraal staat het voordeel, de meerwaarde die het model genereert. De individuele opdrachtgever zal zijn positie slechts aanpassen als daarmee voordeel kan gedaan worden. De hypothese die het onderzoek volgt, is dat de stimuli die een verandering in de wooncultuur teweeg kunnen brengen, vandaag niet enkel kwantitatief (financieel) van aard zijn, maar in toenemende mate kwalitatief: door toenemende gezinsverdunning neemt de vraag naar zorg zoals kinderopvang of mantelzorg toe; door steeds kleiner wordende percelen neemt de vraag naar ruimte toe; door toenemende immobiliteit neemt de vraag naar woon-werkomgevingen toe, enz. Het onderzoek schetst de mogelijkheden die het collectief opdrachtgeverschap biedt om aan die groeiende noden en nieuwe woonwensen tegemoet te komen.

Als kader voor de tests wordt een fictieve maar herkenbare context vooruitgeschoven. Op zes concrete sites worden diverse opdrachtgeverstructuren uitgewerkt. De nadruk ligt hierbij op het proces eerder dan op de architecturale uitwerking, die slechts een hypothetische vertaling is van dat proces. Dit onderzoek heeft als ambitie de condities en kansen van ‘collectief opdrachtgeverschap’ in Vlaanderen voor het voetlicht te plaatsen. Het presenteert de collectiviteit niet louter als een dogma (collectief is beter dan individueel), of als een instrument van verdichting (kwantitatief), maar als een sterk middel om bestaande wensen en problemen te beantwoorden. De coalities verbinden daarbij in essentie persoonlijke en collectieve voordelen en vertalen die naar een kwalitatieve woonvisie.

Team 4 : Nieuwe coalities voor het wonen

In een verzadigd landschap van individuele bouwheren bieden ‘de bouwgroep’, ‘de community-land-trust’ en ‘de coöperatieve’ een valabel alternatief voor het opdrachtgeverschap in Vlaanderen. Deze ‘coalities’ zetten de collectiviteit niet louter in als een dogma of als een instrument van verdichting, maar koppelen bewonersbelangen bewust aan ondernemerschap en marktdenken. Persoonlijke en collectieve voordelen worden zodoende vertaald naar een gedeelde en kwalitatieve woonvisie.

download nieuwe coalities voor het wonen

nieuwe coalities voor het wonen

PPW Team 4